startpagina  fotogalerij  info  sites  
WIE IS AN  COLUMN  PARLEMENT  PUBLICATIES  ACTIVITEITEN  VLAAMS BELANG 

Tussenkomsten

Vraag om uitleg van mevrouw An Michiels tot de heer Frank Vandenbroucke, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, over de studiekeuzeproblematiek

29.04.2008 12:56 - Mevrouw An Michiels: Mijnheer de minister, mevrouw de voorzitter, geachte collega’s, over studiekeuze is er in deze commissie al veel gezegd. We hebben het al meermaals gehad over het belang van een goede keuze bij de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs, maar ook van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs. Ook bij de bespreking van de begroting hebben we het er even over gehad (Parl. St. Vl. Parl. 2007-08, nr. 15/6-H).
Tijdens de vorige legislatuur 1999-2004 werd het SOHO-project (secundair onderwijs – hoger onderwijs) opgezet, waarbij leerlingen op een actieve manier – en in verschillende scholen ook op een zeer intensieve manier – werden begeleid bij de keuze van hun verdere studieloopbaan. Tijdens de begrotingsbesprekingen vernamen we van de minister dat dit project werd stopgezet, maar dat de middelen blijvend werden geïnvesteerd om de bredere problematiek van de studiekeuze over de hele studieloopbaan op te nemen. U kon op dat moment niet veel uitleg geven, aangezien het personeelslid dat hiermee werd belast, nog niet lang in dienst was. Een evaluatie van het SOHO-project was op dat ogenblik ook nog niet mogelijk omdat er nog werd gewacht op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek.
Is de evaluatie van het SOHO-project intussen uitgevoerd? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo neen, komt er nog een evaluatie en in welke timing voorziet u? Kunt u intussen wat meer uitleg verschaffen over het project inzake de begeleiding van de studiekeuze, de opvolger van het stopgezette SOHO-project?
De voorzitter: Minister Vandenbroucke heeft het woord.
Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw de voorzitter, geachte collega’s, u verwijst naar het wetenschappelijk onderzoek dat parallel aan het SOHO-pilootproject werd opgezet om de wetenschappelijke opvolging van het SOHO-pilootproject vorm te geven. De bedoeling van dit project was na te gaan hoe studiekeuzebegeleiding het best wordt gerealiseerd in een samenwerking tussen school en CLB.
In de proefzone, de onderwijszone Mechelen-Keerbergen, werden SOHO-projectcoördinatoren in de scholen aangesteld en extra middelen toegekend. Er werd onder meer gewerkt aan de professionalisering van leerkrachten, integratie van studiekeuze in de vakken, studiekeuzedossiers van leerlingen en interne en externe netwerken.
Het project ging van start op 1 september 2002 en is afgelopen in juni 2007. Het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek dat uit dit onderzoek conclusies zal trekken, wordt uitgevoerd onder leiding van professor Raoul Van Esbroeck van de Vrije Universiteit Brussel en professor Marlies Lacante van de K.U.Leuven.
De administratie liet me weten dat het onderzoek momenteel in een eindfase zit. Wellicht nog voor het zomerreces wordt het definitieve eindrapport aan de stuurgroep en de administratie bezorgd. Ik hoop net voor of uiterlijk meteen na het zomerreces over de resultaten te beschikken en ze bekend te maken.
Zodra ik over de gegevens van het SOHO-project beschik, zullen we bekijken welke conclusies we daaraan kunnen koppelen. Binnen het huidige beleid is het thema studiekeuze – vanaf het basisonderwijs – intussen al aan de orde en wordt het in een ruimer perspectief geplaatst. De competentieagenda die de Vlaamse overheid samen met de sociale partners een jaar geleden heeft goedgekeurd, bevat tien actiepakketten die letterlijk iedereen mobiliseren om talenten te ontdekken, te ontwikkelen en in te zetten. In de competentieagenda wordt het werken aan een betere studie- en beroepskeuze als een prioriteit naar voren geschoven. Drie actielijnen stippelen daarvoor de nodige acties uit.
De eerste actielijn is het ontdekken en ontwikkelen van talenten op verschillende leeftijden. Een correcte studiekeuze veronderstelt immers het leren kennen van de eigen talenten van de leerlingen op jonge leeftijd, namelijk op de leeftijd van tien tot veertien jaar. Dit zal gebeuren via een aantal sensibiliseringsacties. Zo vindt in Haasrode op 15 en 16 mei 2008 een beroepeninfobeurs plaats voor de genoemde leeftijdsgroep, een initiatief van Resoc-Leuven. Op het VIA-atelier Talent – VIA staat voor Vlaanderen in Actie – van 16 mei 2008 dat op dezelfde plek plaatsvindt, stelt de taskforce VDAB-CLB voor hoever ze staat met de werkzaamheden rond de ‘geïnformeerde’ studie- en beroepskeuze.
Tegen eind 2008 bereidt de administratie ook een beschrijving van de bestaande studierichtingen 2de en 3de graad secundair onderwijs voor vanuit talenten, competenties en interessegebieden. En dat verwijst deels al naar de tweede actielijn.



De tweede actielijn is het verhogen van de kennis van het onderwijsaanbod in het secundair en hoger onderwijs en van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Daartoe gaan de specialisten inzake studie- en beroepskeuzebegeleiding meer met elkaar samenwerken. De CLB’s en de VDAB werken nu samen in een taskforce. Die wil studiekeuzebegeleiding en loopbaanbegeleiding op één continuüm plaatsen. Er wordt gezamenlijk deskundigheid opgebouwd rond arbeidsmarkt- en studiekeuze-issues.
Op 6 maart 2008 werd door VDAB een studiedag voor CLB-medewerkers opgezet, die succesvol was. De bedoeling is dat binnenkort CLB-medewerkers en scholen samen initiatieven nemen tot acties rond leren kiezen opdat iedere ouder en iedere leerling ervaart dat dit een bijzonder belangrijk thema is.
De instrumenten die vandaag worden gebruikt bij die begeleiding van studiekeuze en loopbanen zullen worden samengelegd. Uit de inventarisatie van het bestaande materiaal door de taskforce kunnen ongetwijfeld ‘best practices’ worden gedistilleerd, of men kan samen zijn expertise gebruiken om nog betere instrumenten te maken om mensen te begeleiden bij hun studiekeuze en op de arbeidsmarkt.
En dan zijn er de studie-informatiedagen of SID-ins die het departement Onderwijs al vele jaren organiseert in elke provincie. De SID-ins waren tot vorig schooljaar beperkt tot het studieaanbod na het secundair onderwijs. Dit jaar werd de SID-in van Oost-Vlaanderen uitgebreid met een luik ‘beroepeninformatie’, voor leerlingen die na het secundair aan de slag willen gaan op de arbeidsmarkt. De bedoeling is om dit vanaf 2009 te veralgemenen.
Het Agentschap voor Onderwijscommunicatie geeft ieder jaar ook de brochure uit ‘Wat na het secundair onderwijs?’, met een overzicht van de studiemogelijkheden en onderwijsinstellingen, info over de CLB’s, de SID-ins en tips voor een doordachte studiekeuze.
De derde actielijn ten slotte, is het realiseren van het dossier ‘Mijn loopbaan’ doorheen onderwijs en arbeidsmarkt. Men wil een gezamenlijk portfolio inzetten in studie- en beroepskeuzeprocessen. Daartoe heeft de VDAB in samenwerking met de dienst Beroepsopleiding van het departement Onderwijs en Vorming het ontwikkelingsportfolio ‘My Digital Me’ ontwikkeld. Dat past in het VDAB-project ‘Mijn Loopbaan’: een digitaal loopbaanvolgsysteem dat mensen de kans geeft al hun competenties in kaart te brengen om een studieloopbaan of een beroepsloopbaan uit te bouwen. Momenteel is dat portfolio vooral bruikbaar voor beroepsopleidingen.
Intussen zijn er ook een aantal scholen die als proeftuin innovatieve pistes uitwerken rond studie- en beroepskeuzebegeleiding, waarbij ze de drie vermelde actielijnen meenemen. Ik bezorg een overzicht van de nieuwe proeftuinen die rond de overgang van basis- naar secundair onderwijs actief zijn.
U kunt dus vaststellen dat er ook buiten het SOHO-project al heel veel aan de gang is rond het thema studiekeuze. Uiteraard zullen we de resultaten van het SOHO-onderzoek, zodra ze klaar zijn, met veel aandacht bekijken en daaruit ook de nodige conclusies trekken. U hoort daar zeker nog van.
De voorzitter: Mevrouw Michiels heeft het woord.
Mevrouw An Michiels: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik vermoed dat we, voor of na het zomerreces, het nog wel eens over dit onderwerp zullen hebben als we die resultaten zullen kennen.



De voorzitter: Het incident is gesloten.